Over de vogel en de vis
vrijdag 4 juni 2010 om 11:54De ‘Begijnenvijvers’ behoren tot het gemeentelijk bosgebied Resterheide. De vijvers zijn sinds jaar en dag een geliefde plaats voor de sportvissers. De Witvisclub heeft er zijn stek en de honderden leden konden jarenlang met veel plezier hun sport uitoefenen. Tegelijkertijd stonden ze mee in voor het duurzaam beheer van het gebied.
Vandaag worden de vissers geplaagd door zwarte watervogels: de aalscholvers. Het dier brengt heel wat schade toe aan het aanwezige visbestand. Vreemd is dat niet. De totale populatie aalscholvers is in de voorbije 25 jaar in Europa vertwintigvoudigd en telt volgens de voorzichtigste schattingen vandaag 1,7 tot 1,8 miljoen vogels. Ze hebben zich tot ver buiten hun traditionele broedgebieden verspreid en nestelen inmiddels in gebieden waar ze vroeger nooit voorkwamen. Burgemeester Raf Truyens:
“Dat de visclubs hierdoor een probleem hebben, is duidelijk. Aalscholvers hebben dagelijks 400 tot 600 gram vis nodig. Ze jagen in groep en kunnen in relatief korte tijd een groot deel van het visbestand in bepaalde wateren opeten”
Om te jagen duiken aalscholvers vanaf het wateroppervlak recht naar beneden. Ze achtervolgen hun prooi, maken hem buit met hun snavel en brengen hem naar de oppervlakte. Aalscholvers zijn echte kolonievogels. Als ze op jacht gaan, vliegen ze daarom meestal in grotere groepen op het water af. Normaal gaat iedere vogel daarna voor zichzelf op zoek naar prooi, maar vaak jagen ze ook in groepen die kunnen variëren van 25 tot enkele honderden vogels.
De doeltreffendheid van verschrikkers is twijfelachtig, aangezien dieren daar snel aan wennen. Truyens meent dat visserij en aquacultuur alleen kunnen worden beschermd door een beter beheer van de alsmaar groeiende populaties aalscholvers.
Beheersmaatregelen zijn niet uitzonderlijk. Uit de afgelopen jaren zijn daarvan diverse voorbeelden bekend. Het ging daarbij om maatregelen van tijdelijke aard of om maatregelen die zich tot een bepaald gebied beperkten, zoals afschotvergunningen voor bepaalde gebieden (Zweden, Polen, Italië, Denemarken, Duitsland, Oostenrijk), voor bepaalde perioden (Roemenië, Estland) of voor bepaalde quota (Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Slovenië); verder incidenteel vergunningen voor ingrepen in broedkolonies (vellen van nestbomen, onvruchtbaar maken van eieren).
In Vlaanderen zijn bejaging en bestrijding momenteel niet mogelijk.
De burgemeester vraagt naar een oplossing voor het probleem. Hij stelt voor om op korte termijn te onderzoeken of de aalscholvers kunnen bestreden worden, zodat de populatie aalscholvers op lange termijn in het cultuurlandschap integreert en de vissoorten en ecosystemen niet langer in gevaar zijn.
Als de Vlaamse overheid de vogel enkel wil verdrijven naar andere plaatsen, lijkt het hem opportuun om de preventieve maatregelen die de clubs zouden moeten nemen ook te financieren. Het plaatsen van onderwaterkooien, netten met staalkabels en katrollensystemen en andere afschrikkingsmiddelen zijn immers onbetaalbaar voor de verenigingen van sportvissers. Ze zijn bovendien experimenteel en bieden geen garanties op succes.
“Het lijkt me logisch dat wanneer de Vlaamse overheid de sportvissers oplossingen suggereert waarvan het succes niet bewezen is, dat zij dan ook de kosten draagt voor de maatregelen en de effecten ervan op wetenschappelijke wijze opvolgt”


